Wegverlichting

Zien en gezien worden is belangrijk voor een motorrijder. Motorrijders kunnen daar zelf veel aan doen, zoals het voeren van verlichting, maar soms is men afhankelijk van de omgeving. In het donker is het belangrijk dat men een goed zicht heeft.

Nu zijn er op wegen verschillende soorten verlichting te vinden. Op de snelweg ziet men vaak in de middenberm een kabel met daaraan (hangende) verlichting gemonteerd. Op buitenwegen worden meestal lantaarnpalen (lichtmasten) toegepast, op diverse manieren opgesteld. Bekend is de zgn. zig-zagopstelling waarbij de lichtmasten verspringen ten opzichte van elkaar. Bij de portaalopstelling zijn de lichtmasten recht tegenover elkaar opgesteld en bij enkelzijdige opstelling zijn de lichtmasten aan één zijde van de weg geplaatst.

Zolang de weg rechtuit ligt is er voor motorrijders vooralsnog geen probleem. Het probleem doet zich voor in de bochten van de weg. Lantaarnpalen worden meestal in de buitenbocht geplaatst. Vanuit verlichtings-technisch oogpunt is dit logisch maar levert voor motorrijders risico op bij een ongeval in aanraking te komen met de lichtmast met letsel of erger tot gevolg. Met name het "kijken naar het gevaar" vergroot de kans met een lichtmast in aanraking te komen. Het CROW handboek 202 "Handboek veilige inrichting van bermen" geeft aan hoe belangrijk een obstakelvrije zone langs de weg is.

Lichtmasten kunnen van aluminium of staal zijn vervaardigd. Het voordeel van aluminium is dat het relatief zacht en licht materiaal is en meegeeft bij een aanrijding, maar voor de motorrijder is dit nauwelijks een voordeel. Lichtmasten van metaal zijn vaak van een breuklijn voorzien, maar ook deze is ontworpen voor het gewicht van een auto. Voor motorrijders blijven beiden een (dodelijk) gevaar. Om deze reden is het voor motorrijders beter om de lichtmasten te verplaatsen naar de binnenzijde van een bocht. Dit heeft echter ook een keerzijde vanuit verlichtingsoogpunt. Het voordeel van de lichtmasten aan de buitenzijde van de bocht is dat je ver vooruit kan kijken en geen last heb van obstakels in de binnenbocht die het zicht kunnen belemmeren. Tevens is het een logische opstelling, ontstaan door gewenning en het wegdek is beter zichtbaar door reflectie van de lichtbundel.

Als motorrijder willen we in zowel binnen- als buitenbochten helemaal geen obstakels. In Noord-Holland is men begonnen met een project met actieve verlichting. De huidige praktijk leert dat lantaarnpalen over het algemeen het rijcomfort van de verkeersdeelnemers vergroot. Bij duisternis zijn duidelijk de rijrichting, kruisingen en zijwegen waar te nemen. In buitenbochten zijn vaak lantaarnpalen aangebracht; hier zou de MAG graag wat anders zien. De actieve verlichting en markering is een prachtig begin van een nieuw tijdperk en levert veel voordelen op. Het energiegebruik kan met meer dan 90 procent teruggebracht worden alsmede de CO2-uitstoot.

Het systeem werkt als volgt:
Actieve markering in en langs het wegdek.
Led-markering in trottoirbanden.
Voeding met zonne-energie.
Aansturing via radiosignalen (geen palen of kabels meer nodig).
Led's branden alleen als er aanbod is van het verkeer.

Bij actieve markering wordt in de weg een rij lichtpunten aangebracht tussen of naast de al aanwezige markering op de rijbaan. Deze lichtpunten maken het verloop van de weg goed zichtbaar voor de weggebruiker. Zonder lantaarnpalen is er toch tijdige informatie en goede geleiding bij duisternis, dit is het grootste winstpunt. Groot licht is niet meer nodig, waardoor verblinding door andere weggebruikers niet meer plaatsvindt. Deze verlichting kan worden toegepast op rotondes, bochten, vluchtheuvels en natuurgebieden. Belangrijk is dat deze verlichtingselementen buiten de rijbaan aangebracht worden.